Tekst

De meeste informatie op Internet wordt aangeboden in de vorm van tekst. Mensen zonder functiebeperking hebben doorgaans geen probleem met het lezen van schermtekst. In de praktijk ergeren wij ons vaak aan lange teksten, onduidelijke lettertypen en aan warrig taalgebruik. De leesbaarheid van tekst op een website kun je op verschillende manieren verbeteren, en wel door te letten op: tekengrootte, kleuren, contrast tussen de tekst en de achtergrond, lettertypen en letterstijlen.

Op deze pagina richten we ons op de toegankelijkheid van tekst voor mensen met functionele beperkingen. Teksten dienen kort en bondig te zijn. De opbouw dient logisch te zijn. De kern dienst het eerst te worden verwoord. Lange teksten dienen opgedeeld te worden in kortere blokken, gemarkeerd door koppen. Lange en ingewikkelde zinnen maken schermteksten ontoegankelijk.

Richtlijnen

  • Veel regels die van toepassing zijn op teksten voor internet, zijn bepalend voor het al dan niet leesbaar zijn van die tekst voor mensen met functionele beperkingen. Regels voor het schrijven van internetteksten zijn onder andere:
    - schrijf helder, dat wil zeggen kort en bondig
    - schrijf eenvoudig, vermijd moeilijke woorden
    - schrijf aantrekkelijk, beperk je tot de kern
    - voorkom lange zinnen door die op te delen
    - voorkom gebruik van (vak)jargon, geef een uitleg
    - waarom moeilijke woorden als het eenvoudig kan?
  • Het grootste verschil met schrijven voor op drukwerk en schrijven voor het web is de lengte  van teksten. Het lezen vanaf een beeldscherm is inspannender en gaat langzamer. Wees bondig. Schrijf niet meer dan 50% dan wanneer je de tekst voor papier had geschreven. Veel tekst op één pagina schrikt een bezoeker af. Om evenwicht te bereiken tussen de leesbaarheid en de hoeveelheid informatie kun je met drie niveau's gaan werken:
    - niveau 1, meestal de homepage, geeft kort en bondig de bedoeling weer
    - niveau 2, geeft antwoord op de meest gestelde vragen of eerste behoefte
    - niveau 3, geeft alle relevante informatie over het onderwerp. 
  • Wanneer de natuurlijke taal in een tekst verandert, dient men een taalcode op te nemen. Schermleesprogramma's kunnen een webpagina voorlezen en daarbij rekening houden met de taal die gebruikt wordt op de pagina. Verder kunnen visueel gehandicapten die gebruik maken van een brailleleesregel, de tekst lezen met de juiste braillekarakters. Bij taalwissels is de braillevertaalsoftware dan in staat om de juiste karakters weer te geven.
  • Als alternatief voor lange webpagina's kunnen documenten in een daarvoor geëigend formaat worden opgenomen, bijvoorbeeld als doc-file (Word), rtf-file (tekstverwerkers), pdf-file (Adobe), txt-file (eenvoudige tekst-editors). Het formaat moet toegankelijk zijn voor de verschillende groepen gebruikers.